De kinderlijke magie van Pasen - feelgood anekdote door Laurens M - via AGMJ - 1

Ik sluit m’n ogen…

Wanneer ik ze weer open, zie ik mezelf, meer dan 20 jaar terug in de tijd. Platinablond in de lentezon. Voor me een bescheiden huis met een bescheiden voortuintje. Gras getooid met klaver en madeliefjes. Krijtwit omheind.

Ik wandel het grindpad af tot aan de voordeur en ga binnen. Links van me een oude beige telefoon. Je weet wel, zo eentje met een tikkende draaischijf. Altijd verleidelijk… Toch neem ik de deur rechts. M’n broertje volgt.

Daar zit m’n grootvader in z’n trouwe fauteuil bij het raam – voeten omhoog maar wandelstok steeds paraat – met uitstekend zicht op het straatgebeuren, de tv en de woonkamer. “Zone”, groet hij me, in z’n gebruikelijke dialect, maar dit keer fonkelen z’n ogen meer dan anders. “Dag ooooopaaaaaa!”

Ik laat hem verder vtm kijken. Ah, de hoogdagen van ‘Rad van Fortuin’, ’10 om te zien’ en ‘Gaston & Leo’! Een smakelijke geur verleidt me naar de keuken, via de eetkamer. Op de eettafel ligt – naast een pakje Barclay-sigaretten – een Libelle met een beproefde kruiswoordpuzzel. Synoniem voor nostalgie met 9 letters?

Oma staat gehaktballetjes te rollen achter een stomende pot tomatensoep in haar vaalgroene keuken. Zo’n prima pottage maken ze nu niet meer. Neem het van mij aan. Tomaten uit eigen serre, op grootmoeders wijze. Vermicelli optioneel.

Wanneer ze me ziet is ze zoals steeds de warmte zelve. Ik geef haar een kus. Ze spoort me aan om buiten eens een kijkje te gaan nemen. Verdacht. Maar er is weinig nodig om m’n zin voor avontuur te prikkelen. Ik verlies zélfs de ‘koekenkast’ even uit het oog.

Via de achterdeur kom ik op de zonoverladen koer met restanten van oeroude krijttekeningen. Ze dateren op z’n minst van vorige week! Als er al een aprilse gril is geweest, heeft ie faliekant gefaald…

De ‘paasstruik’ op de koer – zoals wij ‘m noemden – staat in volle bloei, maar de gele bloesems verliezen op slag hun aantrekking wanneer ik in de verte een chocolade ei zie liggen. En nog één. en nog één. Glanzende zoete zonden.

Op slag giert de adrenaline door m’n lichaam. Via het tuinpad – een armzalige stippellijn in vierkante klinkers – loop ik langs ‘het kot’, een bijgebouw waar je allerlei rariteiten kon vinden: gereedschap, tuingerei, oude strips, knikkers, speelgoedwagens en dino’s, maar ook échte slakken en spinnen en de occasionele muis. (Ik speelde liever met de auto’s.) Broertje volgt enthousiast.

M’n rechterhand danst langs de omheining die de achtertuin scheidt van de jungle: een leeg naburig erf waar brandnetels en onkruid nooit vergaan. Einde beschaving. Naar verluidt kon je wel eens ‘n leeuw tegenkomen als je je verdwaalde voetbal zocht in die brousse. Of in een zinkgat vallen.

In één zwaai rond de waspaal sla ik af naar links, en doorkruis ik een zee van wit, de geur van zongedroogde lakens in m’n zog. Ik sta stil op het groenste grasperkje van de tuin, omringd door een paarse sering, een gigantische cipres, wat starre struiken, dozijnen eieren in allerlei formaten en ander snoepgoed.

Terwijl ik aarzelend m’n eerste prooi uitkies valt er een mandarijntje – uit het niets – op m’n hoofd. Verbaasd en verdwaasd kijk ik naar boven, via de wiegende cipres. In de lucht zie ik – onmiskenbaar –  een wolk in de vorm van een klok, waarop m’n mond openvalt.

“Ik heb ze nét gemist!”

Fijn toch? Om in één oogopslag weer even kind(s) te zijn? Met een naïef vermogen om je over alles te verwonderen. Sluit daarom af en toe je ogen, bijt eens in een paasei en ga op zoek naar de magie van wat was, wat is en wat komen zal.

Het zit ’m in de kleine dingen!

Zin om deze anekdote te delen?

Heb je ervan genoten? Show me the love in een reactie of deel deze anekdote met anderen:

Laat hier je reactie achter. Ik ben benieuwd!